Vosjes

Vrijdag 15 mei 2020
Er is een oproep geweest van de Vlinderstichting om argusvlinders te tellen, maar wel in een openbaar gebied. Ik vind de duinen achter de Amperestraat daar wel geschikt voor. Ik ben daar een paar jaar eerder geweest en toen zat het hele gebied vol met dit soort rupsjes en alles zat onder de spinsels. Nu is het niet zo erg meer. Het zijn de rupsjes van de kardinaalmutsstippelmot.

Kleine pimpernel staat hier gigantisch veel en op enkele zitten kleine snuitkevertjes wat een mooi kleurencontrast geeft.

Een kleine populierenboktor is een leuke vondst.

Wat vind ik dit duingebied mooi.

Op boterbloemen en braambloemen barst het van de schijnbokjes.

Volgens mij wordt het niet onderhouden, maar er komen zoveel mensen die hier hun honden uitlaten dat er veel paden uitgesleten zijn en zo wordt een open duin gevormd.

Roofvliegen zijn echte rovers. Hier heeft er een een vierbandspannertje te pakken volgens mij.

Ik heb geen enkele argusvlinder gezien, ik had ze hier wel verwacht.
Als ik naar huis wil fietsen neem ik een andere afslag dan ik van plan was en opeens zie ik een vosje lekker in het zonnetje liggen.

Van de andere kant lijkt er wel een kat aan te komen lopen, het is echter nog een vosje. Wat zijn ze ontzettend klein.

Hij drinkt was uit de waterbak en kijkt dan mijn richting uit. Wat een leukerdje om te zien.

Zomerkleedjes

Donderdag 14 mei 2020
Grote sterns en visdiefjes op het strand. Er wordt een visje aangeboden, maar mevrouw moet hem niet. Een grote bek kan hij krijgen.

Drieteenstrandlopertjes zijn al zo leuk en nu zijn ze nog heel deftig in zomerkleed ook.

Wat een prachtige vogeltjes.

De rosse grutto heeft ook het zomerkleedje aangetrokken.

En hup, allemaal even showen.

Net als de steenloper, de kleuren spatten er af.

Iets minder van kleur, deze rosse grutto. Wat een flinke hap heeft hij te pakken.

Na het strand nog even naar het Kennemermeer, wie weet zitten er nog insecten. Ja hoor, 1 bessenzweefvlieg.

Wat een golven

Maandag 11 mei 2020
Pfoe, hoge golven en met de oostenwind wordt het bovenste laagje van de golf terug geblazen.

Met de zon er op is dat een prachtig gezicht.

De surfers moeten heel wat geweld doorstaan.

Maar dat is alleen maar een grotere uitdaging voor ze en ze maken ook hele hoge sprongen.

Met Cora samen hebben we niet veel gezien voor de strandwacht, ook omdat het strand ondergestoven is door de oostenwind.

Vlinders

Vrijdag 8 mei 2020
’s Morgens loop ik langs de oude spoorlijn. Op de lipbloemige plantjes zit een muntvlindertje, ze zijn nogal klein.

Alsof het klein geaderd witje licht geeft zo tegen de donkere achtergrond.

Bij de Vossendelroute zit een geblokte glasvleugelwants al op de eerste sectie.

Het pad op sectie 10 en 11 is van droog zand waar veel zandbijtjes vliegen. Een parasiet kan daar haar slag slaan, zoals deze bleekvlekwespbij. Ze parasiteert op de witbaardzandbij, dat is dus het bijtje die ik hier ook vaak zie.

Een behoorlijk lange hazelworm schiet de begroeiing in.

Als ik klaar ben met de telling zie ik nog een mannetje oranjetipje die nog even wil poseren.

Viervlek

Donderdag 7 mei 2020
Lekker rustig weer om de Cremermeerroute te lopen. Wel mijn laarzen aan zodat ik de hele route kan lopen. Al gauw zit er een viervlek voor mijn neus.

Ik zie aardig wat vlinders, waaronder enkele argusvlinders. Bij de 3 ronde poeltjes vind ik witte slakkenhuizen in het gras, het zijn gewone poelslakken die in het water bruin zijn.

Ik vind het leuk om in mijn tuin naar insecten te kijken, helaas zijn er niet zo veel. Af en toe komt er een hommel van de geraniums snoepen.

Koekoek

Woensdag 6 mei 2020
Met Dick heb ik afgesproken bij de Vondelweg omdat hij mee wil kijken naar insecten. Ik wijs hem op een kleine bladwesp (Selandria serva misschien) en ik kan hem vertellen wat het verschil is met een gewone wesp (bladwesp heeft geen wespentaille).

Ik weet dat deze langpootmuggen Tipula vernalis heten, ze hebben geen Nederlandse naam. Dik wijst me op de mooie ogen van de muggen.

Een strontvlieg herken ik makkelijk. Dit is een mannetje, want geel van kleur en heel harig. Ik denk dat hij een vlindertje te pakken heeft.

En dan zijn er niet alleen langpootmuggen, maar ook steltmuggen. Dit fraaie exemplaar is Limonia phragmitidis.

We ontdekken een vlieg met een rood achterlijf en als ik goed kijk zie ik dat het een enorme snuit heeft, dus een snuitvlieg en wel de gewone.

Dit kleine snuitkevertje is een lissenboorder en hij kijkt nieuwsgierig over het randje van het blaadje van de boterbloem.

Toch weer langs het landje van Gruijters gereden, waar ik al gelijk een rietzanger hoor en hem makkelijk weet te spotten.

Bergeenden hebben een rondje gemaakt en nemen hun plekje weer in beslag.

Alsof de lepelaar op iemand afloopt die hij met open armen ontvangt.

Twee futen zitten in het water naast het landje en zijn nog aan het baltsen.

Op dezelfde plek als vorig jaar hoor ik de koekoek. Ik wil daar wel kijken of ik hem ergens zie, maar het is daar wat druk en het komt nog wel een keer, dus fiets ik verder. Daar hoor ik hem toch weer en ik loop om de bomen heen en daar zie ik hem gewoon vrij zitten. Helemaal blij ben ik, vooral omdat ik de Nikon P1000 mee heb, daarmee kan ik hem zo vol in beeld krijgen dat hij er zelfs niet helemaal op staat. Het mooist vind ik deze foto met zijn staart een beetje wijd. Mijn dag is helemaal goed, dank je de koekoek.

Engels gras

Dinsdag 5 mei 2020
Ik ga na het kattenknuffelen door naar de bokkenorchissen op de Heerenduinweg. Ze staan er ietwat verdroogd bij, ze zijn niet zo helder van kleur door de droogte.

Misschien zit de tuimelaar er nog en kan ik hem met daglicht fotograferen. Hij schijnt weer de zee opgegaan te zijn. Bij de jachthaven weet ik Engels gras te staan, dat is ook een feestje.

Op de terugweg stop ik even bij de gele ribes die langs het fietspad staat.

Het is een zeldzame plant en je ziet hem zelden, daarom vind ik het zo leuk dat hij hier in de buurt staat.

Tuimelaar

Maandag 4 mei 2020
Er is een tuimelaar met een zeilschip naar Amsterdam meegezwommen. Met veel moeite hebben ze hem weer terug weten te loodsen naar zee omdat brak water slecht is voor de huid. Nu verblijft hij in de jachthaven en ik kan hem fotograferen vanaf de walkant. Er zitten mensen op de vlonders die het beest bijna aanraken, maar ze zitten wel in de weg voor foto’s. Maar mensen die net naast me stonden zie ik over de vlonders er naar toe lopen, nou dat kan ik ook! Het hek is open en ik kan er op 2 meter afstand van foto’s maken, zelfs met een 18-55mm-lens.

Toch gebruik ik mijn telelens om afstand te houden, ook al ben ik nu alleen overgebleven, samen met 1 meisje. Het lijkt alsof hij zijn oog dicht heeft, maar dat is een litteken, het oog zit vlak achter zijn bek en is hier net onder water nog te zien.

Toen ik aan de kant stond was hij meer onder dan boven, maar nu lijkt hij te slapen en blijft de hele tijd boven water met het spuitgat. Zijn snuit wordt weerspiegeld in de boot.

Wel heel bijzonder om zo’n wild beest zo vlak bij te zien.

Ik spreid mijn armen om te schatten hoe groot hij is. Er wordt beweerd dat hij wel 3 meter was, maar hij is minder dan mijn armlengtes. Helaas is het slecht afgelopen met hem. Hij was dol op boten en dat is hem fataal geworden, door een botsing met een boot heeft hij zelfs zijn staartvin verloren en hij is dood op het strand van Wijk aan Zee gevonden op 12 mei.

Nog even nagenieten van een mooie zonsondergang achter de nieuwe sluizen die nog lang niet klaar zijn.

Kaneelglasvleugelwants

Donderdag 30 april 2020
Ik moest de vlinders nog tellen langs de spoorlijn, dus op pad! Zie ik nu pas dat er een appelboom staat.

Al behoorlijk groot, dus hij moet er al langer staan.

De gemeente heeft lipbloemige plantjes in bakken op het stationnetje gezet en daar komen heel veel insecten op af. Voor het eerst een kaneelglasvleugelwants.

Rosse metselbijen zitten hier meer.

In de poort vind ik een dode bij, maar zo kan ik hem wel van alle kanten fotograferen. Wat een prachtige kleuren hebben de haren aan zijn poten. Misschien is het een zwartbronzen zandbij.

Zingende blauwborst

Maandag 27 april 2020
Goed vlinderweer en ik begin bij de Vossendel. Weinig vlinders, misschien komt dat wel omdat er al meer rupsenaaskevers komen.

Vanwege de corona wordt geadviseerd om zoveel mogelijk thuis te blijven, nou je ziet het, het is akelig druk in de duinen.

Gelukkig staat de Koningsweg nog onder water, daar komen geen mensen en ik heb mijn laarzen aan en de blauwborst zingt alleen voor mij.

Eindelijk het zuurstokroze van de kneu op de foto.

Slechte foto’s, maar o zo leuk die groenlingen.


Wel verbaast het me dat de foto van de torenvalk zo scherp is geworden, terwijl die toch wat verder weg zit.

Bloeiende grasjes

Zondag 26 april 2020
Nico is weer eens gevallen, maar nu met de fiets doordat een jongetje plotseling overstak. Als hij thuiskomt zit eer een elzenvlieg op zijn jas, die hij ergens opgedaan heeft onderweg, waarschijnlijk Overveen.

Ik breng de elzenvlieg naar het Kennemermeer. Daar staan zaadbolletjes, heel leuk, helaas nog geen naam van mij gekregen.

Zeegroene zegge staat hier ontzettend veel en het bloeit nu.

Een man tapuit pikt steeds in de vegetatie en kijkt af en toe op.

Op een prachtig bloeiend grasje zit een hele kleine dansmug.

Insecten

Vrijdag 25 april 2020
Weinig wind en zonnig, dat is mooi om weer insecten te inventariseren bij de Vondelweg. Eerst nog even langs Velserbeek, wie weet zitten de ooievaars op het nest. Ze zijn niet thuis. Twee kleine mantelmeeuwen maken elkaar het hof.

Pfoe, alweer hoofdpijn.

Man dansvlieg heeft meer succes, maar dat is wel nadat hij het vrouwtje een prooi heeft aangeboden. Het zijn de zilvervlek dansvliegen en die hebben rode poten.

Vreemde kleur voor een komkommerspin.

Man bosbijvlieg. De bosbijvlieg is te herkennen aan de donkere zigzagbandjes op de vleugels.

Lekker bontje heeft de pluimwoudzwever.

Bijen vind ik super moeilijk om te determineren, maar waarneming maakt er een grasbij van.

En dan moet dit een gewone geurgroefbij zijn.

Twee wespbijen bij elkaar, dan moet dit een mannetje zijn, want deze is veel kleiner.

Ik fiets daarna naar het landje van Gruijters en ik tref het dat daar een zwarte ruiter in het water staat. Sony A68 400mm

In Velserbeek heeft het nijlganzenechtpaar maar 2 kleintjes.

Hazelaaruil uit pop

Donderdag 23 april 2020
Ik wil kijken of ik baltsende geoorde futen kan fotograferen bij het Vogelmeer. Haha, dat lukt wel, maar ze zitten te ver weg, dat moet over! Een zomertaling zit ook wel ver, maar die foto is toch wel beter.

Een gekraagde roodstaart zit toch mooi te fluiten en blijft nog zitten om zijn prachtige rode borst te laten zien.

Ik loop de Vossendelroute om vlinders te tellen. Er zijn dit jaar heel weinig smaragdlangsprietmotten in het gebied. Ik zie een paar mannetjes een vrouwtje op een beschaduwde plek, terwijl ze normaal in de zon zitten. Leuk dat ronde tongetje.

Een rupsenaaskever is net geland en heeft de ondervleugels nog niet onder de dekvleugels gevouwen.

Je hebt verschillende kniptoren, dit is wel een hele mooie: de Deense kniptor.

Thuis bedenk ik opeens dat ik nog moet kijken of de pop die ik 4 november uit de duinen heb meegenomen al uitgekomen is. Jaaaa, het is een hazelaaruil geworden, wat leuk.

Ik breng hem ’s avonds naar Velserbeek en ga door naar de ooievaars. Ze zitten beide op het nest te flikflooien, maar ze klepperen niet.

Zou een ouderwetse kwaker ontsnapt zijn?

Leuk dat de herten net voor het houtwerk van ‘Velserbeek’ lopen.

Oorkwallen

Dinsdag 21 april 2020
Er waait een behoorlijke oosten wind, jammer voor het tellen van schelpen want alles wordt onderstoven door het zand. In de eblijn ligt nog wel het een en ander zoals Amerikaanse ribkwal, een zeedruif en meer dan honderd oorkwallen.

Twee strandkrabben zitten aan elkaar, maar de ene is dood en de ander leeft nog.

De ene keer zie je bijna geen vogel op het strand en vandaag zijn er rosse grutto’s, grote sterns, meeuwen en visdiefjes, allemaal dicht bij elkaar.

Zes rosse grutto’s, twee nog in winterkleed en de andere vier al heel mooi rood.

Achter de visdiefjes zijn de grote sterns zich weer aan het uitsloven.

De streepjes over de blaasjeskrab dat zijn zandkorrels die overstuiven, zo hard waait het.

Tere platschelp.

Het verbaast me dat de pier nog open is. De golven die op de pier slaan stuiven alle kanten op. Geeft wel een mooi regenboogeffect.

Geweldig dat ik ook nog regenwulpen zie, het zijn er 6.

En dan nog in de vlucht ook.

Haarlems klokkenspel

Maandag 20 april 2020
’s Middags wil ik de ooievaars op de foto zetten, maar ze zijn er niet. Dan fiets ik door naar Beeckestijn om naar de stinzeplanten te kijken. In het gebiedje waar het normaal vol staat is nu weinig te zien. Gelukkig staat het Haarlems klokkenspel even verderop volop te bloeien. Op de foto zie ik dat ze ook klierharen hebben.

Het is een bijzonder plantje.

En heel mooi.

Ik ga de kruidentuin in. Komkommerkruid vind ik zo bijzonder.

Bloemen van een of andere bes.

Gele bloemen van boerenkool met een heleboel luisjes.

Rode kool heeft ook gele bloempjes.

Op de terugweg zitten de ooievaars wel op hun plek. Een op het nest en de ander is aan het dutten.

Maar hij staat even later fier rechtop.

Moppie was ook op rust, totdat vrouwtje thuis komt.

Wilgen

Maandag 20 april 2020
Omdat er geen excursies gegeven mogen worden met meerdere personen door het corona-virus gaan Marja en ik samen naar het Kennemermeer. Daar staan wilgensoorten die met elkaar gekruist kunnen zijn, dus het is moeilijk om precies te weten welk soort het is. Deze wilg met smalle bladeren kennen we al helemaal niet.

Vrouwelijke bloeiwijze van waarschijnlijk de kruipwilg.

Mannelijke bloeiwijze.

Er staat maar één cluster van de gulden sleutelbloem.

Pfoe, de Amerikaanse vogelkers staat hier al in knop, dat is niet zo leuk. Misschien weten de snuitkevertjes er wel raad mee, alhoewel ik zie dat ze alleen van het blad vreten.

De oprolpissebed is de enige pissebed die zich op rolt.

Als we nog eens op zoek gaan naar kandelaartjes, dan weet ik nu een grote plek met honderden te vinden.

Alsof de rietkruisspin zomaar in de lucht hangt.

Eikenpurpermot

Donderdag 16 april 2020
Lekker dat mijn vlinderroute voor de deur begint en goed dat ik een dichtbij-verrekijker bij me heb, want anders zou ik alle witjes voor kleine koolwitjes uitmaken en nu zie ik dat er een klein geaderd witje bij zit. Op de aangeplante plantjes zitten de meeste insecten, o.a. een gele halvemaanzweefvlieg.

Omdat het mooi weer is en ik nog wat oranjetipjes verwacht bij de Vossendel ga ik daar ook tellen. Wel wat oranjetipjes gezien, helaas maar 1 op een sectie. Twee eikenpurpermotjes op een blad, leuk dat ik hem goed kan fotograferen.

Ik ga nog naar de Cremermeerroute om te kijken of het nog wat wordt deze week om te tellen. Nou het ziet er niet naar uit.

Zie ik dat nou goed, als ik voorbij die boom fiets? Ja, hoor, zomaar 2 eenzame schoenen onder de boom.

Jonge sperwer

Woensdag 15 april 2020
Ik ga naar mijn nieuwe insectenprojectje bij de Vondelweg. Het is turen naar insectjes, daarom is een man wilde eend een makkelijkere prooi voor mijn camera.

Best veel pendelvliegen zwerven hier, zoals dit vrouwtje.

Makkelijk te onthouden naam voor deze vlieg, want het is een dambordvlieg.

Er is een greppel gegraven om het water af te voeren. Die greppel heeft een rechte kant en daar nestelen veel rosse metselbijen. Ze vliegen in en uit de holletjes, gelukkig blijft er eentje zitten voor een foto.

Ik zie 2 vogels verderop die het met elkaar aan de stok hebben, ik denk dat het een buizerd en een kraai is. Als die ene over vliegt maak ik gauw één foto en dan blijkt het om een jonge sperwer te gaan. Heb ik effe mazzel.

Nog even doorgefietst naar het landje van Gruijters, waar weinig grutto’s zijn. Wel meerdere kluten.

Kuifduiker

Zondag 12 april 2020
Een zuringwants hoort niet in mijn kamer, die zet ik lekker buiten.

Lekker lang licht, dus kan ik ’s avonds nog wel naar de pier. Het is vrijwel windstil, dat is helemaal mooi om de kuifduiker te fotograferen.

Er zwemt een man eider voorbij, die laat ik ook niet schieten.

Nu is het hoog water en de kuifduiker zit precies op een plekje waar ik bij de waterlijn kan zitten, dus een mooi laag standpunt. Soms zit het mee.

De lucht kleurt wat rood en geeft een prachtig gekleurd beeld op het water, met de aalscholver in broedkleed er bij.

Fantastisch gezicht zo met die ondergaande zon zo over de jachthaven.

Bosuil

Vrijdag 10 april 2020
In Schoonenberg zit een heel mooi bijtje. Ik heb alleen mijn camera met telelens bij me, maar daar kan ik ook prima insecten mee fotograferen. Het bijtje is een vrouwtje roodgatje, een zandbij.

Vlakbij pikt een mannetjesmerel insecten uit het gras. Zijn kop is wit vanwege leucisme, een genetische afwijking.

In Velserbeek ga ik op zoek naar de bosuil. Het is maar goed dat een man me de weg wijst, anders had ik hem niet kunnen vinden.

Dicht bij huis zitten spreeuwen in het gras. Die uitstaande veertjes bij zijn keel betekenen dat hij aan het zingen of roepen is.

Ze pikken de nachtvlinderrupsen uit het gras.

Gewone garnaal

Donderdag 9 april 2020
Het is heel laag water, dus prima om schelpen te tellen. Eerst staan er heel veel meeuwen op de eblijn, er zitten ook visdiefjes tussen, mooi, die zijn ook weer gearriveerd. Ik loop er voorzichtig met een hele grote boog omheen, toch vliegen ze op en komen niet meer terug. Er vliegen 38 wulpen over, dat is dan weer een cadeautje.

Als je de zebrastreepjes zo goed kan zien is dat duidelijk Hollands hoorntjeswier, te onderscheiden van rood hoorntjeswier.

Er ligt een grote garnaal met zijn kop in het zand en ik til hem op, dan begint hij te spartelen, daarom leg ik hem in het water.

Er valt in ieder geval heel wat te tellen vandaag, o.a. heel veel zeeboontjes. Het grotere gaatje in het midden is de mond en het kleinere is de k… (kont).

Dit schelpje had ik al bijna als tere platschelp weggeschreven, maar op de foto is te zien dat het een rechtsgestreepte platschelp is. Die bruine kleur heb ik ook niet eerder te gezien bij dit soort.

Mosselen hechten zichzelf aan hard substraat vast met byssusdraden. Die draden zijn heel sterk en gemaakt van collageen.

Nou ja zeg, mensen laten hun biggetje uit op het strand! Wat een leukerdje.

Ik ga de pier op want er zit misschien een kuifduiker. Jaaa, hij zit er nog, maar eerst vliegen er drieteentjes voorlangs.

De kuifduiker is al heel lang een wenssoort van mij, dus ben ik heel blij dat hij ook nog vrij dichtbij zit en al naar zomerkleed aan het ruien is.

Dat is nou ook toevallig dat hij precies de garnaal opvist die ik te water heb gelaten.

Vogelmelk

Woensdag 8 april 2020
De vlinderroute voor de deur tel ik vandaag. Één hele vlinder geteld. De gemeente heeft hier best leuke bolletjes geplant, o.a. vogelmelk.

Een akkerhommel snoept van de plantjes die hier gekomen zijn nadat alles overhoop is gehaald.

En ik denk dat dit mooie bijtje een vosje is.

Afwijkende kleur

Dinsdag 7 april 2020
Er zit een mus met een afwijkende kleur in mijn tuin. Ik weet niet of het een mannetje of een vrouwtje is.

Ik vermoed een vrouwtje, want een mannetje heeft een soort stropdasje.

Met gepaste afstand loop ik met Joke de Vossendelroute. Bij de Hollandse vogelkers verwacht ik smaragdlangsprietmotten, die zijn afwezig, een struikhangmatspannetje heeft ze misschien weggejaagd, hihi.

Op een blad daar dichtbij zit een wespje, ik gok een bronswespje, maar ik weet er niet zo veel van.

Als ik de Cremermeerroute nog wil lopen, wil ik wel weten of ik daar een kano voor nodig heb. Ja dus. Het gebied staat heel erg onder water.

Ik sta daar een hele tijd te kijken en opeens zie ik de blauwborst in een struikje. Daarna niet meer tot ik hem onder de struik zie rondscharrelen en dan heb ik hem even heel fraai in beeld.

Hij heeft er geen erg in dat ik daar sta en even later zit hij bovenop het struikje te zingen en met zijn staart op en neer te wippen, prachtig.

Misschien zakt het water snel weg als het een tijdje droog blijft.

Zo’n kleur kan de tuinslak hebben, is het niet geweldig?